Weblog

Oekraïnereferendum, een dilemma van een kiezer
 
 Een van de dilemma's waar ik me de komende tijd voor geplaatst zie is wat te doen met het associatieverdragreferendum. Ik ben voorstander van dat associatieverdrag met Oekraïne, maar de vraag die zich voordoet is of ik moet gaan stemmen. Ik heb bij mijn weten nog nooit verzaakt bij het uitbrengen van mijn stem, dat zal ik dus nu ook niet doen. Maar ik vrees dat er überhaupt geen officiële ja-campagne op van komt en dat vind ik een zwaktebod van de politiek. De hoop is er kennelijk op gevestigd de campagne te laten doodbloeden, omdat mensen snel genoeg krijgen van hersenloze schreeuwers als Roos en Baudet met hun Poetineske retoriek. Ik kijk al geen Nederlands nieuws via de Nos of de commerciëlen( alle nieuws via dode bomen en sociaal media) maar als je die gezichten wel dagelijks te zien krijgt, dan kan ik me het effect van snelle verzadiging wel voorstellen. Goed, ik. Ga dus stemmen, maar ga ik ook campagne voeren? Ik denk dat ik bij mijn partij voor een gek wordt versleten als ik het voorstel, dus dat wordt het niet. Wat dan wel? Ik weet het nog niet. Ik denk dat ik op zoek moet naar mensen die ook iets willen doen.
Waarom dan voor het verdrag, Oekraïne is een corrupt en volgens sommigen cryptofascistisch land. Dat eerste is zeker het geval en er lopen daar heel veel foute types rond, maar dat is hier inmiddels ook het geval of in Polen of Hongarije.
Ik ben voor omdat het in zijn algemeenheid de handel bevordert en ook bijdraagt aan de vorming van de 'rule of law', ook in de contractensfeer en daar begint het meestal. Ook denk ik dat het verdrag een beperking kan betekenen voor het Russisch imperialisme. Containment van de Russische beer is nooit een verkeerde politiek geweest. Dat kan in mijn optiek overigens op lange termijn best samengaan met goede handelsbetrekkingen met de Russen. Je kunt ook niet om ze heen.
 
 Bij de marine moet je zijn, bij de marine....
Zaterdag 19 december 2015 stond er een opvallende ingezonden brief in NRC van Meindert Fennema en Frits Bolkestein met een warm pleidooi voor investeringen in de marine, in plaats van in de landmacht en de luchtmacht. Bien etonné de se trouver ensemble, zou ik zeggen, gezien de afkeer van de oude Frits voor voormalige fellow travelers.
Er worden enkele voorbeelden genoemd van de historische betekenis van de marine en de relatieve betekenisloosheid van landmacht en luchtmacht.
Nu ben ik geen historicus of strateeg evenmin als de schrijvers van het stuk, overigens, maar ik wil toch wel, veronderstellenderwijs enkele kanttekeningen plaatsen. 
Dat begint natuurlijk met de zijnsvraag. Waar moet je het voor doen? Wie is de vijand?
Die vijand, of neutraler tegenstander is volgens mij de Rus. Poetin dus. IS is natuurlijk op dit moment een geduchte tegenstander, maar ondanks alle ineffectief geschermutsel, is dat voor militaire operaties op de lange termijn geen blijvende tegenstander. Wel natuurlijk als veelvormige guerillakracht in stedelijk gebied, als en voor zover ze niet worden geneutraliseerd.
Poetin is bezig met een massale versterking van zijn landleger met moderne tanks en heeft zoals in Syrië blijkt ook de beschikking over een geduchte luchtmacht. Dat is door de huidige economische crisis niet maximaal effectief. Dat is nu wel zo, maar kan veranderen.
Zoals de schrijvers ook bekend zal zijn heeft zo'n leger als het op de Europese laagvlakte in beweging komt op dit moment geen wezenlijke tegenstand te duchten, zeker niet als de huidige isolationistische tendenzen in de VS eind 2016 de overhand krijgen. Trump zal zijn vriend Poetin niet in de weg willen zitten en dat geldt ook voor Cruz of Rubio.
Europa zal dan op zich zelf zijn aangewezen. In dat verband verwacht ik niet dat de versterkte Nederlandse marine verder komt dan een beperkte verdediging van de kustwateren. En wie moeten dan ons grondgebied verdedigen? De Polen, de Duitsers en de Fransen. 
Dat zal niet gebeuren als niet in Natoverband een forse opschaling van de militaire inspanningen plaatsvindt. Over die benodigde extra-investeringen spreken de schrijvers niet. Toch een neo-conservatief/neomarxistisch variantje op het gebroken geweertje soms?
Ik ben geen militarist, maar ik maak me wel zorgen over de Grosswetterlage in geopolitiek verband en vind dus de bijdrage van het geleerde duo rijkelijk naief en isolationistisch.


Breedband in heel Noord-Holland in 2019: open brief aan de onderhandelaars

De statenverkiezingen zijn geweest. Het lijkt er op dat de coalitie van VVD, PvdA, D66 en CDA door kan en ook door wil.
Elisabeth Post heeft gezegd dat het nieuwe college ambitieus moet zijn, Daar ben ik het van harte mee eens. Noord-Holland beroemt zich op een lage motorrijtuigenbelasting. Ook daar ben ik het van harte mee eens. Maar het wringt een beetje als het gaat om snel internet.
De aanleg van snelle internetverbindingen in het stedelijk gebied gaat redelijk goed en lijkt in de pas te lopen met de technische en marktontwikkelingen. Dat is niet het geval in de omvangrijke buitengebieden van Noord-Holland. Wat we daar zien is dat burgerinitiatieven opkomen om de weerstand en de kostenoverwegingen van de providers te breken. Ik ben groot voorstander van die burgerbewegingen en zie er ook wel enkele die vermoedelijk succesvol kunnen zijn.
Maar ik denk dat er meer nodig is.
Ik zou de aankomende bestuurders van Noord-Holland willen oproepen, denk eens buiten de box, doe eens onconventioneel: stel jezelf tot doel om in 2019 heel Noord-Holland inclusief het buitengebied verglaasd te hebben. Daarvoor is veel geld nodig. Dat geld moet komen van de provincie, van de gemeenten, van de bedrijven en van de burgers. Dat moet georganiseerd worden.
Ik zie daar wel een kans toe. Verhoog de opcenten voor een jaar voor alle huishoudens van Noord-Holland met 10 of 15 euro. Schep daarmee een revolverend fonds en ga met gemeenten, banken, providers en burgerinitiatieven aan de slag om dat fonds verder te vullen of te co-financieren.
Dat fonds kan worden ondergebracht bij het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland-Noord. Uitgaand gedeputeerde Van Run zou de trekker van die organisatie kunnen zijn, of een ander geschikt persoon. Ten slotte zou Neelie Kroes als Ambassadeur of Boegbeeld moeten worden aangezocht.
Volgens mij moet zo lukken om snel internet versneld in te voeren. Juist omdat de markt de witte plekken niet wil verglazen, lijkt me verboden staatsteun niet aan de orde. De mix van publieke en private middelen maakt ook meer mogelijk. Benut die kansen. Een eenmalige verhoging van de opcenten lijkt me op die manier ook te rechtvaardigen.
Ik ben optimistisch, U ook?



Lijnennetvisie Stadsregio Amsterdam 2017
Op 4 maart 2015 een goede presentatie gehad van de Amsterdamse wethouder Verkeer en Vervoer, Pieter Litjens, die tevens portefeuilehouder V&V is voor de Stadsregio Amsterdam over de lijnennetvisie van de Stadsregio bij de start van de Noord-Zuidlijn in 2017.
Die lijnennetvisie luidt een tamelijk ingrijpende verandering van de vervoersstromen in en rondom Amsterdam in. In Amsterdam zullen enkele tramlijnen die grotendeels parallel lopen met de nieuwe metrolijn sneuvelen. Ook busverkeer vanuit Amsterdam-Noord door de IJ-tunnel is passé. Ook voor overige verkeersstromen is er sprake van behoorlijke veranderingen. Amsterdam plaatst de fiets voorop en dan het OV.
Ook voor de regio Waterland zijn de gevolgen ingrijpend. Purmerend heeft zich misschien zijns ondanks ontwikkeld tot busstad van Nederland met een levendig busverkeer met Amsterdam. Als treinstad stelt Purmerend daarom niet zoveel voor. Tengevolge van de opening van twee nieuwe metrostations in Amsterdam-Noord is het de bedoeling dat ongeveer 70% van de bussen uit Waterland en Zaanstad die door de IJ-tunnel rijdt, een eindstation krijgt bij station Noord of station Noorderpark. Slechts 30 % van de lijnen zal nog eindigen bij CS. Per dag rijden er vele honderden bussen vanuit Waterland door de IJ-tunnel. Dat zullen er dus aanzienlijk minder worden. Voor de reizigers uit Waterland betekent dit dat ze moeten voorsorteren hoe ze naar hun werk willen gaan, want een groot deel van het busverkeer is woon-werkverkeer. Voor de Waterlandse gemeenten betekent dit dat er veel op het spel staat. Het gaat er dus om goed de belangen te articuleren. Dat is al van belang bij de huidige vervoersconcessies, maar wordt nog belangrijker bij de vervoersconcessies vanaf 2018 en verder. In de regio Waterland speelt op dit moment een discussie over de bestuurlijke toekomst van het gebied tot en met 2040. Ik zou de ontwikkeling van een goed ontwikkeld OV-net boven het IJ als een lakmoesproef voor bestuurlijke samenwerking willen zien. Omdat het daarbij om de lange termijn gaat, zou ook het concept van de "busstad" Purmerend ter discussie moeten komen. Is die constructie tot 2040 of daarna wel voldoende toekomstbestendig en is het voor de reizigers die zijn aangewezen op hun woon-werkverkeer wel het beste systeem?
Ik denk dat we daarover bestuurlijk maar ook met de bevolking nog wel een tijdje kunnen stoeien.
Jos Dings, 5 maart 2015


Nuttige conferentie Jeugdbescherming Amsterdam op 29 september 2014

Afgelopen maandag 29 september een nuttige conferentie van Jeugdbescherming regio Amsterdam bijgewoond. In zijn openingswoord schetste John Nederstigt, wethouder van Haarlemmermeer eenn realistisch beeld van de stand van zaken bij de transitie in de regio Amsterdam. De regio loopt relatief gezien voorop ten opzichte van andere regio's in het land. Toch is het een operatie waar veel mis kan gaan. En er zal ook veel mis gaan. Belangrijk is dat iedereen beseft dat dat kan gebeuren. Belangrijk is ook dat er een normalisering optreedt, dat de overdreven aandacht voor medicalisering een halt wordt toegeroepen. Nederstigt refereerde daarbij aan het feit dat hij met zijn 24e botbreuk zat opgezadeld, met een concentratie daarvan in zijn sportieve jeugd. Dit had in de jeugdzorg van 2005 en later ongetwijfeld geleid tot vragen over zijn opvoeding en welbevinden, vandaar zijn hartstochtelijke oproep tot normalisering.

Erik Gerritsen lichtte vervolgens zijn handboek transitie toe, ofwel hoe overleef je de transitie van de jeugdzorg in 55 vragen en antwoorden. Inmiddels zijn er 62 vragen en antwoorden. Het is een nuttig boek, maar ik vraag me af of de editor niet wat vragen en antwoorden had kunnen samenvoegen. Waar het op neer komt is dat partijen in de nieuwe jeugdhulp bereid zijn tot samenwerking en dat het belang van goede communicatie en goed luisteren overheersend is. Als dat tussen de oren zit, zijn de tips goed toepasbaar. Gerritsen wees nog op het belang van een stresstest. Voer met je bestuursteam en je wijkzorgteams op basis van actuele casuïstiek een test uit om te kijken of iedereen klaar is voor zijn taken.Ik verwacht dat dat niet altijd het geval is, maar dat hoeft geen reden voor paniek te zijn.

In de werkgroepen die ik heb gevolgd kwamen nog de participatie, de organisatie van het werk en de gezinsmanager aan de orde.
Gemeenten lijken moeite te hebben met ouder/kindparticipatie in de nieuwe jeugdhulp. Dat is jammer, want het gezin staat uiteindelijk vanaf 1 januari 2015 centraal. Deelnemende ouders blijken juist heel veel kennis te hebben en zijn vaak ook bereid die te delen, ook al moet dan vaak wel de acute druk van het gezin af zijn. Die kennis kan bij  een goede beoordeling van gevallen onmisbaar blijken. Het is dus zaak die een plaats te geven in het veranderingsproces. Dat hoeft niet altijd een formele plaats te zijn.
Voor de organisatie in de jeugdhulp blijkt de privacy een heet hangijzer te zijn. Er bestaat een neiging om alles dicht te timmeren, maar dat lijkt me een slechte respons. Ook hier is er behoefte aan een zekere normalisering en zal uiteindelijk jurisprudentie houvast bieden.
Jeugdbescherming, voorheen BJAA, heeft terecht veel energie gestopt in de nieuwe gezinsmanager. Hierdoor zijn uithuisplaatsingen en ondertoezichstellingen sterk verminderd, terwijl de kwaliteit van de zorg lijkt te zijn verbeterd. Twee enthousiaste gezinsmanagers vertelden over hun nieuwe praktijk. Er zijn best wel voetangels en klemmen, vooral waar het de samenwerking met de wijkteams betreft. Hier komt het belang van goede communicatie om de hoek. want als FFPS-geschoolde adviseurs minder geschoolde wijkteamleden de hoek in blazen, kan er veel schade in de samenwerking ontstaan. Gelukkig is men zich daarvan bewust.
Ten slotte is het een goede zaak dat Jeugdbescherming de samenwerking met de wetenschap en het veld wil versterken. Daar zal ik ook graag mijn bijdrage aan leveren.
1 oktober 2014



UA-36399722-1